De Opvoeding

Er zijn 3 belangrijke elementen die je in deze volgorde altijd zult moeten hanteren om balans in de hond te houden;

    1. Energie - een hond heeft beweging nodig - anderhalf uur per dag

    2. Discipline - regels, grenzen en beperkingen

    3. Liefde - aandacht, spelen, masseren en knuffelen op zijn tijd

Daarnaast is het belangrijk om de regel te hanteren vanaf pup af aan;
Wat nu (niet) mag, mag straks ook (niet)!

Het leren van een hond

Wetende dat een hond in een dictatuur gewend is om te leven is het volgende belangrijk. Belonen en corrigeren.

Belonen van je hond is het duidelijk maken van gewenst gedrag van de hond. Dit kun je doen met behulp van een brokje, aai over de rug of onder de kop of door je goed te voelen en dit verbaal over te dragen "braaf bello". Zorg er altijd voor dat je zoveel mogelijk situaties creeŽrt als roedelleider waarin je de hond kan belonen. Wanneer de hond in de fout gaat, ga je zelf in de fout.

Corrigeren van je hond is het duidelijk maken van ongewenst gedrag van de hond. Dit kun je doen met behulp van een correctie met de riem, het "over" de bek pakken (zoals de moeder doet), het in het nekvel pakken of met verbale ondersteuning "NEE" of "FOEI" voldoet. Het ergste wat je kunt doen als roedelleider is de hond "op de rug leggen", in de natuur is dit de meest zware straf, het zogenaamde onderwerpen. Dit zou je uitsluitend in ernstige probleemgevallen moeten doen waar sprake is van agressie.

Hoe leert een hond?

Er zijn twee methodes om een hond iets aan te leren;

    1. Klassieke conditionering (methode van Pavlov)
      In 1904 ontving hij de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde. In 1915 de Copley Medal. De Nobelprijs kreeg hij niet voor de zo beroemd geworden onderzoekingen naar de conditionering (de Pavlovreactie), maar door onderzoek naar de spijsvertering. Als onderdeel van dit onderzoek wilde hij de speekselproductie van honden bij de toediening van verschillende soorten voedsel meten. Hierbij stuitte hij echter op het verschijnsel dat de honden al speeksel gingen produceren nog voor hij het voedsel had gegeven, en zelfs als hij zonder voedsel deed alsof hij ze ging voeren. Pavlov onderzocht dit verschijnsel verder, door bijvoorbeeld 5 seconden voor het voeren een bel te laten rinkelen. Na een aantal keren bleken de honden inderdaad bij het rinkelen van een bel al speeksel af te scheiden. Dit heet nu de geconditioneerde reflex, en het door Pavlov ontdekte verschijnsel heet klassieke conditionering:
      Als een prikkel A (de bel) herhaaldelijk voorafgaat aan prikkel B (het voeren) dat een bepaald gedrag (speekselproductie) oplevert, dan zal op den duur prikkel A reeds dat gedrag opleveren, ook zonder prikkel B. Om het verschijnsel van de geconditioneerde reflex uitvoeriger te bestuderen voerden Pavlov en zijn studenten veel uitgebreide, systematische experimenten uit.

    2. Operante conditionering (methode van Skinner)
      Dit is het leerproces waarbij een respons in een bepaalde context gevolgd wordt door een bekrachtiger (Engels: reinforcer) of bestraffer (Engels: punishment). Een bekrachtiger is elke gebeurtenis die de kans vergroot dat dezelfde respons in de toekomst weer zal optreden. Een bestraffer is daarentegen elke gebeurtenis die de kans verkleint dat de respons weer zal optreden. In dierexperimenten is de bekrachtiger vaak voedsel of drank, en de bestraffer een elektrisch schokje. Soms spreekt men ook wel van positieve en negatieve bekrachtigers. Bij operante conditionering vergroot de kans op een bepaald gedrag in een bepaalde context door de daaropvolgend bekrachtigende gebeurtenis of prikkel. Dit gedrag is in tegenstelling tot reflexmatige reacties die door een stimulus worden uitgelokt, spontaan van aard. Dit gedrag wordt ook wel operant genoemd. Operant gedrag wordt dus niet uitgelokt, maar voortgebracht (Engels: emitted). Het is bovendien een vorm van gedrag dat een uitwerking heeft op de omgeving. De uitwerking kan bestaan uit een gebeurtenis die dit gedrag versterkt.
      Bijvoorbeeld het huilen van een baby 's nachts heeft een uitwerking op de ouders. Die kunnen het kind troosten of te eten geven.

    Er worden doorgaans 2 soorten bekrachtigers en 2 soorten bestraffers onderscheiden, die ongeveer hetzelfde effect op het leergedrag hebben:
      1. Positieve bekrachtiging: het aanbieden van een positieve prikkel (b.v. voedsel, speelgoed aan hond)
      2. Negatieve bekrachtiging: het achterwege houden of ophouden van de negatieve prikkel (b.v. hard lawaai)
      1. Positieve straf: het aanbieden van een negatieve prikkel
      2. Negatieve straf: de afwezigheid of ophouden van de positieve prikkel (bijvoorbeeld onthouden van voedsel).

    Volgens de Engelse onderzoeker Edmund Rolls[2] kunnen veel basisemoties die bij de mens optreden, afgeleid worden uit dit schema. Positieve bekrachtigers zijn bijvoorbeeld geassocieerd met blijheid, negatieve bekrachtigers met opluchting. Positieve bestraffers met vrees, en negatieve bestraffers met frustratie en woede.

Contact

Ik wil contact, klik hier

Boris

Boris

Civar

Civar

D-Day

D-Day

cesar

Cesar Millan website

Leffact

Leffact Training & Coaching

© 2011 www.Leffact.nl